Onze stukken over vrijwilligerswerk in de zorg voor mensen met dementie zijn gebaseerd op eigen ervaringen. We gebruiken gefingeerde namen.
Woensdagochtend 22-1-2025, hallo dames.
De zorgen over onze oudste dochter meedragend (ze kwakkelt al een paar weken) betrad ik om 9:15 de buurtkamer, waar zowel vrolijke als argwanende blikken me uit mijn eindeloos malende gedachtestroom haalde en in een andere stand brachten. Ik zou er nu met volledige aandacht voor hen zijn, ik moest het proberen. Hallo dames. Truus veerde gelijk op, ik hoefde niet mijn best te doen om haar een glimlach terug te schenken. Lianne zat naast Truus een boterham met kipfilet opmerkelijk gulzig naar binnen te werken, tussen de happen door hoorde ik haar kenmerkende kreuntjes. Ze eet alleen maar vlees op haar brood zei de gastvrouw. Ik ging tegenover Truus en Lianne zitten. Naast me zat Els, ze lachte naar me als een dronken piraat met haar plezierige pretogen, verwilderde haarbos en woest toegetakelde gebit. Frunnikend aan een tafelkleedje vroeg ze mijn aandacht voor een knoopje. Geen idee wat ze wilde maar ik ging er in mee. Kijk hier zit ook een hele mooie!
Even later liep ik met Truus en Ans naar onze bibliotheek om ze voor te lezen uit een boek dat we samen zouden uitkiezen. Ans is een van de oudste bewoners met haar 94 jaren, ze liep erbij alsof ze meerdere veldslagen ter nauwer nood had overleefd. Overal korsten om haar ogen, op haar handen en zo kreupel als het maar zijn kan. Een wandelende slijtageslag. Maar ze liep wel mee met ons voor haar leesclub debuut. Ik vond het bijzonder jammer dat Lianne niet mee wilde, omdat tot nu toe de verhalen op haar de meeste impact leken te hebben. Ze bleef nee schudden, zelfs na mijn tegen het opdringerige aan herhaaldelijk vragen of ze echt niet mee wilde. Even geneerde ik me dat ik haar als een onwillig kind mee naar de supermarkt had willen sleuren.
We besloten om voor de eerste keer uit het boek van Boy en mij te lezen. Rondes van Geluk, so be it. Een vreemd gevoel bekroop me, ook al wist ik dat er niks zou blijven hangen en het enkel om het moment zelf zou gaan. Maar toch. Licht gespannen begon ik, de angst om alsnog een foutje te ontdekken of me te storen aan minder vloeiend lopende alinea’s stak op. Toch vond ik het al snel een hele bijzondere ervaring en Truus genoot ervan. Els viel na vijf minuten in slaap, niet geheel onverwachts natuurlijk, maar het maakte niet uit. De eerste vijf minuten was ze een aandachtig en tevreden luisteraar. Ik hield me voor dat het deels poëtisch geschreven stuk haar een fijn zweverig tripje naar dromenland had bezorgd.
Een kort maar explosief moment van verwarring bij Truus, deed me abrupt stoppen met lezen. Zo heftig had ik dit bij haar nog niet meegemaakt. De tranen stonden in haar ogen. Rillingen over heel haar lijf. Of ik dat ook wel eens had? Jazeker Truus, ik herken wat je is overkomen. Ze was plots ontroerd door het prachtige uitzicht dat we op de buitentuin hadden. Het was gelukkig snel weer goed. Ons boek liet ik maar even dichtgeslagen op tafel liggen. Mijn knagende ego dat verder wilde lezen om Truus onder te dompelen in onze wereld dirigeerde ik naar de achtergrond. Terug in je hok. Nadat we Els wakker hadden gemaakt, samen terug waren gelopen, ja we moeten echt deze kant op, parkeerde ik de dames in hun vertrouwde buurtkamer. Het was toch wel heel fijn vanmorgen, dankjewel dat je er was. Ik heb Truus blij gemaakt, maar zij mij net zo goed.