Wandelen als vanouds

Onze stukken over vrijwilligerswerk in de zorg voor mensen met dementie zijn gebaseerd op eigen ervaringen. We gebruiken gefingeerde namen.

 

Woensdagochtend 11-12-2024, wandelen als vanouds.

 

Ik was nog geen minuut binnen of de vraag die me al fietsend bezig hield werd beantwoord, niet met een ja, een nee of een andere verbale uiting, maar met een gelukzalige glimlach. Een helder kwaststreepje gegrafeerd in haar zachtaardige gezicht. Zou de oneindig lijkende somberte zijn verdwenen als een aangename seizoenswisseling, van winter naar lente, zich voltrekkend in het staartje van de herfst? Het stemde me direct hoopvol over de invulling van de ochtend samen met Astrid. Even dacht ik met Truus erbij verder te lezen in ons boek, maar toen haar fietsmaatje om 10 uur verscheen, huppelde ze als een blij tienermeisje naar haar grote liefde. Henk, Maartje en het paard legden het kansloos af, Truus was onder de pannen.


Een meneer bij wie ik een keer eerder toenadering tot had gezocht, zat rustig het Eindhovens Dagblad te lezen. Ik heb hem destijds gesproken over onze leesclub, of beter gezegd losse woorden richting zijn oor geschreeuwd, slechts flarden bereikten hun doel, dat zou gegarandeerd geen succes zijn geworden. Iets in mij zei dat hij het prettig vond om alleen aan tafel te zitten en zich onder te dompelen in krantenartikelen over politiek en een toenemend aantal wereldwijde brandhaarden. De man en zijn krant, een universeel herkenbaar duo, sterker dan de tand de tijds, onvermurwbaar, ik liet hem maar zitten. Hij schijnt dammen heel leuk te vinden, het is er nog niet van gekomen, eens gaat het gebeuren.


Mijn aandacht vestigde zich volledig op Astrid, vroeger vanzelfsprekend, nu ietwat onwennig, het opkomende besef van verloren tijd inhalen gaf me een kleine corrigerende tik. Jarenlang wandelden we, dronken we koffie en keken we samen naar foto’s op de woensdagochtenden. Gesprekken over mijn kinderen, haar achtergrond en familie voerden we in dialoogvorm. Nu denk ik bij alles wat ik wil zeggen hoe ik het maximaal kan simplificeren, vaak zeg ik helemaal niks. Ik lachte naar Astrid en ze lachte terug, onze nieuwe manier van communiceren, bevalt best goed.


We besloten om te gaan wandelen. Een paar uitdagingen dienden zich aan als hoge bergen vol sneeuw waar ik met beperkte middelen overheen moest zien te ploeteren. Astrid moest nog naar de WC, haar jas, sjaal en handschoenen aandoen, en mee de lift in. Gelukkig kreeg ik hulp van een verzorger, ze weet niet half hoe dankbaar ik hiervoor was. Astrid naar de lift en vervolgens naar buiten loodsen kwam op mij aan, een heuvel vergeleken bij de eerdere hooggebergten. Overal waar ze de verkeerde kant op kon, ging ze de verkeerde kant op. Een arm pakken hielp. De deuren voor ons gingen zuchtend open, een frisse lucht ontdeed ons van de warme tehuislucht en liet me de knoopjes van onze jassen allemaal dichtmaken. We liepen een poosje zwijgend richting de kerk. Ik wist niet goed wat ik kon zeggen, Astrid wist niet wat ze wist.


Al met al zag Astrid er best tevreden uit. Een paar keer stopte ze abrupt en keek ze verwilderd rond, als een opgejaagde prooi te midden van een roedel wolven. Ik wist haar gelukkig snel gerust te stellen, waardoor de wolven elders hun hapje scoorden en Astrid weer kon genieten van sfeerbepalende kerstlampjes, bomen en versiersels in ons mooie dorp. Enigszins verkleumd kwamen we terug en zeiden we tegen elkaar hoe fijn we het vonden de warmte tegemoet te treden. Ik met woorden, Astrid met een blik en een paar ondefenieerbare maar tegelijkertijd veelzeggende kreetjes. Eenmaal voor haar appartement verschenen, duurde het enkele minuten en een hoop ongemak alvorens de tag van Astrid de deur voor ons opende. Die, die, die zei ze plots, fanatiek wijzend naar de deur van haar overbuurvrouw, erbij kijkend alsof ze een moord had opgelost. Het leek me sterk dat ze doelde op het Noro-virus dat al twee weken rondwaarde, niemand zal het ooit zeker weten.


Voordat ik naar huis ging wilde ik nog een ding doen: Ons boek Rondes van Geluk een plek geven in de bibliotheek, missie geslaagd!