Boze Hans, blije Astrid

Onze stukken over vrijwilligerswerk in de zorg voor mensen met dementie zijn gebaseerd op eigen ervaringen. We gebruiken gefingeerde namen.


Woensdagmiddag 29-1-2025, boze Hans, blije Astrid.


Woensdagmiddag in plaats van ochtend. Een oase van rust bij binnenkomst. Zelden zo weinig personeel en cliënten gezien. After lunch dip die in middagslaapjes resulteerde? En het meeste werk is natuurlijk in de ochtend al gedaan bij het opstarten. Een logische verklaring die uit mijn gedachten oppopte. In de verte zag ik Hans ijsberen over de gang. Beneden. Meestal ga ik meteen naar boven. Ik besloot naar Hans toe te lopen. Hij deed alsof hij me goed kende en we elkaar gisteren nog in de kroeg hadden gezien. In zijn ogen zag ik iets anders. Ha Hans, wat fijn om jou weer eens te zien, zei ik, terwijl ik hem een mannelijke schouderklop gaf. Hij kon het wel waarderen. Het is open, zei hij. Jan wees in de verte en brabbelde er nog wat achteraan. Prima doen we Jan. We liepen samen naar de buurtkamer en namen plaats.


Een gesprek kon je het niet noemen, we zeiden dingen tegen elkaar, ieder vanuit zijn eigen cockpit, Jan intuïtief, ik (te) rationeel, wat kon ik zeggen om verwarring te voorkomen… Als Hans een bolletje breiwol was dan zat het helemaal door elkaar en kon je geen begin of einde meer ontwaren. Even later schoof Jenny aan, een bewoonster die ik nog niet eerder had ontmoet, met een pluche hond die ze als haar baby behandelde. Geen vuiltje aan de lucht, in eerste instantie proefde ik zelf een soort van chemie tussen beiden, totdat Jan plots vernietigend uit zijn slof schoot. Ik schrok ervan. En Jenny ook.


Jij moet dat niet doen, je hebt dat weer daar, hou ermee op, mopperde hij tegen Jenny, waarvan mijn eerste indruk was dat ze een hele lieve zachtaardige vrouw is. Jan wees naar een langwerpig kerststuk dat kennelijk op tafel was blijven liggen, keek erbij alsof het een vieze WC-borstel was  en zei dat het helemaal niks is. De link met Jenny is voor mij een onzichtbaar touwtje. Als een groot kind dat een kleiner kind pestte, pakte Jan plots de pluche hond op en liep er pardoes mee weg. Niet doen, hij wil bij mij blijven, jammerde Jenny. Haar vochtige ogen raakten me. Wat sneu, ik had het met haar te doen, maar Jan terecht wijzen ging niet werken. Even weet ik niet hoe ik moet reageren. Laat hem maar even, Jan heeft zijn bromberenpak aangetrokken vandaag, hij draait vast weer bij, zei ik, hoopte ik. Jenny hield er maar niet over op, ondertussen ijsbeerde Jan weer over de gang, alsof of er niets was gebeurd.


Nadat er familie van Jenny op bezoek kwam bedaarde de gemoederen snel en ging ik nog even boven kijken. Tot mijn grote verbazing, maar vooral vreugde, zag ik een stralende Astrid in de buurtkamer staan. Waar vorige week haar mondhoeken nog bijna van haar gezicht vielen, stonden ze nu halverwege haar gezicht in een zeer aangename stand. Het waren vast de medicijnen. Wat maakte het uit, ik besloot maximaal te profiteren. Blijmakermodus AAN. Truus meldde zich ook, energiek en opgewekt als altijd. Willen jullie wat drinken dames, vroeg ik. Even later zaten we met onze watertjes de krant te lezen. Astrid imiteerde me opzichtelijk door met haar vinger over de krant te strijken. Ze hield me voor de gek, hoe durfde ze, ik zou haar krijgen, wacht maar…


Nee natuurlijk niet. Ik genoot ervan zelfs. Iets van de mens Astrid zat weer eens tegenover me in plaats van een lappenpop gemaakt van verdriet en ellende. Ondertussen las ik voor over het lekkerste broodje van het jaar dat uit Eindhoven komt, iets met banaan, pindakaas en bacon. Je moet het maar verzinnen. Lachen, gieren, brullen, ik heb de ingrediënten geloof ik wel tien keer opgesomd, mijn stemgeluid overtrof het vorige steeds qua volume, verbazing en voor de voorbijlopers irritatie. Al met al een prima middagje gevuld met een paar onvergetelijke geluksmomentjes. Op naar de volgende!